Hollandse hypocrisie

Nederland is een beschaafd land. Schending van de mensenrechten wordt hier niet geaccepteerd. Iedereen heeft recht op van alles en dat is maar goed ook, want we willen graag een beschaafd land zijn en blijven. Oorlog houden we ook niet van in Nederland. Omdat we lid zijn van de VN helpen we graag bij het bestrijden van onrecht in de wereld, zeker als er mensenrechten in het geding zijn. Dan verschepen we mensen en materieel naar verre oorden om daar het recht te herstellen en te waarborgen. Zonder geweld, want daar houden we niet van. Tenminste niet als het zinloos is. We zijn er bij, laten onze -echt heel dure- vliegtuigen  patrouilleren boven vijandelijk gebied als toonbeeld van goede wil maar schieten niet, terwijl onze militairen er alleen maar rondlopen om hun leven te wagen voor het goede. Dit alles voor het behoud van de mensenrechten, dus belangrijk werk.

Het vreemde aan deze situatie is dat dit allemaal gebeurt met materieel dat is gemaakt om de rechten van de mens te schenden, dan wel uit te schakelen. De Nederlandse regering heeft dus in een eerder stadium er voor gekozen deze apparaten aan te schaffen. Bommen, kanonnen, vliegtuigen, noem het maar op. Ook Leopard tanks. We hebben er nog een stuk of 80. Daar kunnen heel wat mensenrechten mee worden geschonden als je ze gebruikt waarvoor ze zijn bestemd: schieten. Het onderhoud van deze tanks is echter heel duur en bij het waarborgen van de mensenrechten kunnen we de tanks niet goed meer gebruiken, omdat ze zo groot zijn en dus lastig te verschepen. We kopen liever andere, modernere en mobielere apparaten waarmee we beter uit de voeten kunnen, waardoor de tanks in Nederland staan te verstoffen sinds vorig jaar. Zonde. Gooi daar bovenop nog een crisis en wat bezuinigingen en de verkoop van deze apparaten is een logische stap.

Indonesië heeft wel oren naar deze tanks en is bereid er zo’n 200 miljoen voor te betalen. Prima deal zou je zeggen! Dat geld kan mooi worden gebruikt voor het behoud van de mensenrechten in ons eigen land. Alles was in kannen en kruiken tot het kabinet viel en de Kamer nu ineens niet meer wil dat de tanks aan Indonesië worden verkocht omdat dit land de mensenrechten schendt. En de Nederlandse tanks zouden daarvoor wel eens kunnen worden gebruikt. Dat wordt lastig gezien het formaat van de tanks, maar het zou kunnen. En wij als Nederland lenen ons daar niet voor. De laatste keer dat Nederland zulke hoeveelheden militair gereedschap stuurde naar Indonesië was toch ook alleen maar om de democratie te handhaven en op te komen voor de mensenrechten?

 

 

 

 

 

 

 

Aftikken

Ja, het regent weer. Zachtjes, heel voorzichtig, maar het regent weer. Natuurlijk: ‘Het is pas begin mei, en het is nog geen zomer, en het komt allemaal goed, en zo is Nederland nu eenmaal, en moet ik maar in Spanje gaan wonen…’ Ik weet het allemaal maar daar heb ik geen boodschap aan. Het regent, en ik moet zometeen op de fiets naar mijn werk. Niet in juli, niet in de zomer en niet in Spanje maar in Oostzaan. Vandaag nog.

Ik denk dat Lief een beetje hetzelfde gevoel had. Ik had mijn scherm vanochtend nog niet goed en wel opgestart of de eerste mail vloog me al tegemoet: ‘Tripje Barcelona doen?’  Vijf keer over en weer mailen: “Kunnen we doen-Zelfde plek?-Prima!-Wanneer?-Dan en dan-Is goed!-Of iets anders doen?-Nee is goed zo-Kan het nog goedkoper?-Ja hier of hier- Doen we die-”….en het is geregeld. Eind juni, begin juli gaan we dus naar Barcelona. Al met al geregeld in een minuut of vijf als je het bij elkaar optelt.  Daar houd ik van. Niet te moeilijk, ideetje kortsluiten, regelen en aftikken. Klaar. Juli, zomer, Spanje, dus toch. Maar eerst  even werken.

 

 

 

 

Nog een keer, alstublieft

Soms word je overrompeld door een gevoel. Een ongrijpbaar, ondefinieerbaar gevoel dat alles met je doet. Dat je pijn doet maar je troost biedt, dat  je laat huilen als een kind maar O, wat ben je blij. Het gevoel dat het stormt, terwijl een blaadje voorzichtig voor je voeten valt. Het gevoel dat je het niet meer in de hand hebt maar het toch vertrouwt.

Dat gevoel overvalt je in een donkere steeg waar bijna niemand komt, ergens in een achterbuurt van je brein. Het keert je binnenste buiten en laat je gebruikt en onbeheerd achter. Je krabbelt op, strompelt versuft en zwalkend naar het einde van de steeg en kijkt verdwaasd omhoog in het felle licht dat van boven op je neer beukt. Je perst je ogen dicht, haalt twee keer diep adem en loopt de steeg weer in. Terug naar die verre, donkere hoek waar je voor het eerst zo hard werd geraakt en zegt:

‘Nog een keer, alstublieft…’